Interview met Denis Thériault

Publicatiedatum: 08-06-2017

De roman De eenzame postbode van de Frans-Canadese Denis Thériault (1959) is een zuiver geschreven verhaal, een volmaakte cirkelvertelling. Twaalf jaar later schreef hij het ‘vervolg’ De verloofde van de postbode. De liefde kun je nu eenmaal op vele manieren aanvliegen.

Actieve dromer
Thériault: “De Schotse dichter John Burnside zei over De eenzame postbode: ‘Een vertelling over wat er gebeurt wanneer we het toelaten dat een romantische fantasie blind maakt voor de werkelijke liefde en vreugde die de wereld biedt. En tegelijkertijd een studie naar de geneugten en de valstrikken van de zelfbetovering.’ Beter kan ik het zelf niet uitdrukken. Ik wilde vanaf het begin een hedendaagse roman schrijven over liefde en inbeelding. We leven in een tijd van paradoxale eenzaamheid, terwijl we tegelijkertijd via het internet ‘sterk verbonden’ zijn. Ik denk dat velen zich kunnen herkennen in de postbode Bilodo die er bewust voor kiest om in zijn dromen te leven in plaats van in de realiteit. Dat betekent niet dat hij een loser is. Hij is een zeer actieve dromer. Een poëtische krijger die bereid is tot het bittere einde te vechten om zijn prachtige creatie te beschermen. De fantasiewereld die hij heeft geschapen voor zichzelf en voor de vrouw waarvan hij houdt zonder haar te kennen.”

“Mijn inspiratie ontstaat vaak in mijn dromen, maar in dit geval was een triviale gebeurtenis de aanleiding. Jaren geleden bekeek ik mijn post, direct nadat de besteller de brieven in de bus had gedaan. Een hoekje van een van de enveloppen was los, alsof iemand geprobeerd had om hem te openen. Gelijk zag ik een onderzoekende postbode voor me die bepaalde brieven een tijdje voor zichzelf hield, ze open stoomde, las en voor zijn archief kopieerde. Bilodo was geboren en zijn verhaal vormde zich razendsnel in mijn hoofd.”

Haiku
“In de eerste versies was de Japanse cultuur nog niet aanwezig. De inbedding in het universum van de haiku was geen onderdeel van het originele schrijfplan. Pas toen het manuscript zo goed als klaar was, ontdekte ik dat ik die kant op moest gaan. De brieven van de vrouw Ségolène waren in eerste instantie gewoon in proza geschreven. Maar ik was niet tevreden met het effect. Ze waren niet speciaal, niet ‘magisch’ genoeg om Bilodo te kunnen beroeren, om hem gepassioneerd te maken. Bij toeval, als zoiets bestaat wanneer je in de ‘sensibele schrijfmodus’ bent, sloeg ik een boek met haiku’s open. Ik wist meteen dat de kleine momenten van eeuwigheid in zeventien syllaben Bilodo zodanig zouden fascineren dat hij verliefd zou kunnen worden op een vrouw die hij niet kende.”

“Ik begon de roman volledig te herschrijven. De Japanse cultuur, de Zen filosofie volgden als vanzelf. Het schrijven ging ongewoon natuurlijk. Het zorgde voor de cirkelvorm van de roman en voor de diepgang die ik tot die tijd niet had weten aan te brengen. Na de publicatie werd ik regelmatig gefeliciteerd met het idee om haiku’s te integreren in mijn tekst. En ook met mijn poëtisch talent. Hetgeen me keer op keer verbaasde want ik ben geen echte dichter. Ik heb haiku’s leren schrijven als noodzaak voor deze roman. In feite heb ik Bilodo’s gedrag gereproduceerd: net als hij schreef ik week na week achter elkaar haiku’s, honderden, zo niet duizenden, totdat ik een zekere kennis had van deze complexe simpele kunstvorm.”

“Toen realiseerde ik me dat ik voor een nieuwe opgave stond: mijn verhaal zou alleen maar werken wanneer Bilodo’s eerste pogingen verschrikkelijk zouden zijn. Je moet een zekere progressie in zijn werk kunnen voelen. Toen moest ik leren om slechte, aardige en bijna goede haiku’s te schrijven. Een oefening die ik iedereen aan kan raden die poëtische ambities koestert.”

Kosmische valstrik
De eenzame postbode moest een intiem (liefdes)verhaal worden over eenzaamheid, dromen en verbeelding en daarnaast een psychologische vertelling met een flirt naar de fantasy. Het is het verhaal van een uiterst nieuwsgierige postbode wiens liefde voor een onbekende vrouw leidt tot vragen over zijn eigen identiteit. Uiteindelijk komt hij terecht in een kosmische valstrik, wordt het een soort SF-verhaal.”

“Ik moet toegeven dat ik wel ongerust was hoe Bilodo zou worden ontvangen. Ik vreesde dat men hem afstandelijk zou vinden, in hem een sociopaat zouden zien. Hij zit mij persoonlijk heel dicht op de huid. Bilodo is naar mijn idee een modern personage. Hij is geïsoleerd, heeft een schuilplaats gevonden in de kleine virtuele wereld die hij zelf heeft gecreëerd. Bilodo is een eenling, een sociale mislukkeling. Waarom is hij zo geworden? Ik heb hem neurotische ouders gegeven, maar dat verklaart niet alles. Zijn enige echte vriend is de goudvis Bill. Zijn collega Robert kan hij niet echt vertrouwen, hij voelt dat die misbruik van hem wil maken, hem wil bezitten. Realiseert Bilodo dat de jonge serveerster Tania verliefd op hem is, of negeert hij dit liever? Is hij hypersensitief of gewoonweg dom? Ik denk dat hij bang is voor de realiteit. Het idee van een verhouding in de echte wereld beangstigt hem. In de virtuele wereld is hij minder kwetsbaar, heeft hij alles onder controle.”

Vervolg
“Ik heb De eenzame postbode in 2004 en 2005 geschreven. Ik was toen beslist niet van plan om een vervolg te schrijven. Bilodo was dood. Dat was voor mij toen de enige mogelijke uitweg. Maar door suggesties van lezers – en van de aandringende uitgever – begon ik mij af te vragen hoe een eventueel tweede deel eruit zou kunnen zien. Stukje bij beetje is zo, twaalf jaar later, De verloofde van de postbode ontstaan.”

“De verloofde in kwestie bevond zich al onderhuids in de eerste roman. Dat had heel goed Ségolène kunnen zijn. Maar er was nog een tweede vrouw die, weliswaar heel discreet, in het leven van Bilodo ingreep: Tania, de serveerster in het restaurant waar Bilodo elke dag zijn lunch gebruikte. Zij had naar mijn idee meer potentie en ik maakt haar de heldin van mijn tweede boek.”

“Voordat ik aan het schrijven begon, stelde ik mijzelf een aantal eisen: Het tweede boek mocht beslist het eerste niet verzwakken. De geest moest behouden blijven. De tweede roman moest autonoom worden. Lezers die de eerste roman niet hadden gelezen, moesten er toch wijs uit kunnen worden, terwijl ik onnodige repetitie voor de lezers van de Eenzame postbode beslist wilde vermijden. Daarnaast wilde ik dat de tweede roman ook een cirkelvorm zou krijgen en dat het tegelijk als een spiegel zou werken. Ik besloot dat de eerste en laatste zinnen van beide romans gelijk zouden zijn.”

Tania
“Een zware opgave op het eerste gezicht, maar los van de vast omlijnde doelen, heb ik geprobeerd om zo vrij als mogelijk te schrijven. Mijn eerste belangrijke uitdaging: een Tania te scheppen die opgewassen was tegen de ‘gekte’ van Bilodo. Tania Schumpf, 23 jaar, afkomstig uit München, die de vakanties in haar jeugd doorbracht op de oevers van het Starnberger meer, de plaats waar Sissi, de latere keizerin van Oostenrijk, voorheen roeide en viste, en waar de kleine Tania zo vaak droomde dat ze Romy Schneider was.”

“Deze zeer romantische jonge vrouw arriveerde vijf jaar eerder in Montreal om haar Frans te verbeteren, maar in feite reisde ze naar Canada om zich bij een jongen te voegen die ze via internet had leren kennen. De jongen viel tegen, maar de stad beviel haar en ze besloot te blijven en te gaan werken in een eenvoudig restaurant in een populaire wijk. Daar valt ze in het geheim voor de kalligraferende en haiku’s schrijvende, zeer verlegen postbode Bilodo. Zij durft hem haar gevoelens ook niet te laten weten. Het thema in De verloofde van postbode is opnieuw sentimentele obsessie, maar anders gemoduleerd.”

“Het gaf me mooi de kans om Tania’s ideeën over de innerlijke strubbelingen van Bilodo weer te geven, zogezegd vanachter de bar. In het tweede deel verandert het langzaam weer in een voorzetting van Bilodo’s verhaal. Hetgeen nu hun gezamenlijke geschiedenis is. Het is aan de lezer om te oordelen of mijn literaire doelen met De verloofde van de postbode zijn bereikt. Ik weet in elk geval dat ik geprobeerd heb alles uit de kast, alles uit mijzelf te halen.”

Foto: Wikipedia

Terug