Interview met Peter Wohlleben

Publicatiedatum: 20-06-2017

De Duitse boswachter en boomingenieur Peter Wohlleben (1964) gooit wereldwijd hoge ogen met zijn boeken Het verborgen leven van bomen en Het innerlijke leven van dieren. Het zijn romaneske non-fictieboeken, met veel gevoel en in een aanstekelijke taal geschreven, de ‘poëzie van de natuur’.

Uw boeken worden populairwetenschappelijk gevonden, maar soms ook esoterisch, een beetje new-age.

Er zijn genoeg wetenschappelijk publicaties op dit gebied verschenen, bewijsstukken die mijn theorieën ondersteunen, maar die komen nu eenmaal slechts mondjesmaat bij het grote publiek terecht. En het grote probleem is dat ze doorgaans in een gortdroge vaktaal zijn opgesteld. Het zijn woorden zonder emotie. Hetgeen alleen maar zorgt voor onbegrip. De mens functioneert nu eenmaal heel direct via emoties. Sommige onderzoeksresultaten zijn al meer dan veertig jaar oud. Ik heb ze nu naar én voor de mens vertaald, of misschien kan ik beter zeggen hertaald.

Er is lange tijd een strikte scheiding tussen mens, dier en plant geweest, gebaseerd op de manier waarop men zich voedt en voortplant. Om niet eens over gevoelens te spreken. De plant gebruikt fotosynthese en de dieren, en de mens ook, moeten andere levende wezens verorberen. Ja, planten, bomen zijn levende wezens. Dat weten we ergens ook wel, maar dat besef is een beetje weggedrukt. Als men het aan mensen vraagt dan zal men dat beamen, maar gevoelsmatig zijn planten – en voor vele volken ook dieren – slechts gebruiksartikelen.

U wilde met deze boeken de mens daarvan weer bewust maken?

Mijn doel is slechts om mensen minder zwart-wit naar flora en fauna te laten kijken. Ik ben geen bomengoeroe, weet ook niet alles. Een boom is gemeengoed, je komt ze overal op aarde tegen. Het is geen blauwe vinvis die je ergens in de diepte van de oceaan weet. Bomen zijn de grootste levende wezens op het land. Dat klinkt misschien gek. We denken altijd aan uitgestorven dinosaurussen, maar de grootste landwezens staan gewoon in onze tuin, in het bos. Bomen werden natuurlijk altijd wel als nuttig gezien. Een volwassen boom produceert zuurstof voor ongeveer zevenentwintig mensen. En het hout is een ecologische brandstof. Maar men dichtte bomen, planten en ook dieren eigenlijk nooit gevoelens toe. Ze bezitten zogezegd in stilte meer eigenschappen, meer mogelijkheden dan we zien of willen zien. Het stoort me dat flora en fauna als objecten worden gezien. Een boom is bijvoorbeeld een wonderbaarlijk organisme.

De mening ten opzichte van dieren is de laatste decennia toch wel verbeterd?

Jazeker, daar wordt op school nu meer aandacht aan geschonken, maar planten blijven toch een beetje in het verdomhoekje zitten. Daarom maakt men ook nog steeds een duidelijk onderscheid tussen vleeseters en vegetariërs. Ik hoop eerlijk gezegd dat we later deze eeuw ook een vergelijkbaar debat krijgen met betrekking tot de flora. Bossen hebben al bewezen, bijvoorbeeld in Brazilië, dat ze over een enorm regeneratief vermogen beschikken. Je hebt nu bijvoorbeeld productiebossen waar men alles door elkaar laat staan, dik, dun, groot, klein, waar men af en toe de grote bomen rooit. Een prima methode. Een goede compromis zou zijn dit soort bossen te combineren met reservaten.

Wat bent u zelf voor consument?

Ik ben praktisch ingesteld. Als mens ben ik niet zelfvoorzienend en dus gebruik ik hout voor mijn open haard en eet het vlees van onze kippen en geiten. Op mijn veranda houd ik de geraniums gevangen in potten. In het wild heeft een wortelstelsel van één plant veel meer ruimte nodig. Het gaat er allemaal om met welke instelling je de levende wezens tegemoet treedt. Ik heb voorheen behoorlijk sombere boeken geschreven. De stand van de boswachterij in Europa is die van een ontwikkelingsland. Het is allemaal behoorlijk droevig gesteld, hetgeen ook in wetenschappelijk kringen algemeen bekend is. Maar die kritische weg die ik was ingeslagen met vorige boeken is niet de juiste. Te veel geklaag. Je moet eerst de bomen en dieren opnieuw introduceren, in al hun glorie. En dat heeft tot resultaat geleid: er zijn behoorlijk wat burgerinitiatieven ontstaan, in en buiten Duitsland.

Hoe reageren uw collega boswachters?

Die reageren helemaal niet. Ze willen kennelijk de discussie niet aangaan. Het gaat er mij helemaal niet om of ik gelijk heb of niet. Dat is mij om het even. Alleen de verre toekomst zal dat uitwijzen. Een discussie zou juist tot een betere aanpak, een betere benadering van plant en dier kunnen leiden. Achter de hand wordt wel een hoop gekletst, dat ik voornamelijk onzin verkondig. Maar ik gebruik onderzoeksresultaten van gerenommeerde instituten. Het enige wat eigenlijk voorheen nog niet was gedaan, is alles bijeen voegen. Personages, of eerder persoonlijkheden van planten en dieren maken.

U onderbouwt de vaak wonderbaarlijke anekdotiek met resultaten van wetenschappelijke studies, maar gaat er soms ook dwars tegenin.

Mijn boeken zijn ook heel persoonlijk. Ik ben boswachter in een natuurbos in de Eifel. Een gebied dat met rust wordt gelaten, waar ook een urnenbegraafplaats is bij de woudreuzen. Ik woon op een soort boerderij met onder meer kippen, geiten en paarden. De boeken zijn het resultaat van jarenlange observaties in mijn eigen omgeving. Ik zag liefde tussen raven, eekhoorns die hun familieleden herkenden. Dieren en planten zijn geen bio-robots. Ik denk dat ze wel degelijk over een (zelf)bewustzijn beschikken, ook al wijkt de opbouw van hun hersenen af van de onze. Onderzoek naar het bewustzijn, het levensgevoel, staat voor alle levensvormen nog in de kinderschoenen. Wat is bewustzijn precies? Het is de vraag of we wel willen weten wat een bio-consumptiegoed voelt. Ik ben een leek, die gevoed wordt door een bovenmatige nieuwsgierigheid.

Dieren zijn beter dan mensen?

Ik zie in mijn eigen tuin, in het bos dat ik beheer, genoeg wreedheden. De natuur is vaak bikkelhard. Maar wij ervaren dat als ontspannen, als idyllisch omdat er voor ons nog nauwelijks gevaar dreigt. Ik hou er niet van dat we de wereld in hokjes indelen. En onszelf dan ook nog eens superieur noemen.

Wordt het succes van beide boeken ook gevoed door een behoefte aan meer rust in deze supersonisch snelle tijd?

Heel ongemerkt zijn we duidelijk veel gehaaster geworden. Begrijp me goed, ik zou liever niet honderd jaar geleden hebben geleefd. De moderne tijd bevalt me goed. Men hoeft niet mee te doen met de ratrace. Dat betekent dan misschien een beetje minder inkomen. En wanneer men dan leest hoe langzaam een boom groeit, beweegt, leeft, kan men die behoefte ook wel voelen, in enige mate. Een sterke boom die alleen staat kan veel meer suiker produceren, dan eentje die in een bos, in een gemeenschap staat. De bomen in een bos doen het rustiger aan, omdat ze dan gezamenlijk duidelijk een langer leven hebben. In de landbouw is men juist met het tegendeel bezig. Varkens moeten bijvoorbeeld al met vijf, zes maanden slachtrijp zijn. Het heeft ook niet veel zin om die fokbeesten ergens op te vangen, want door de versnelde jeugd leven ze dan soms nog maar een jaar. Bomen die we planten in onze straten zijn ook te snel opgekweekt. Ze worden hoogstens tweehonderd jaar oud. Dat lijkt heel wat, maar is voor een boom niets. Beuken van die leeftijd in ons natuurbos zijn ongeveer anderhalve meter hoog en zo dik als een vinger.

Het bezoeken van andere natuurgebieden moet u soms radeloos maken?

Mijn gezin weet daar alles van. Met mij door een bos lopen is niet altijd ontspannend. Ik kan me nog weleens erg druk maken over de manier waarop men bezig is met natuurbeheer. Het steeds maar weer wegkappen in een bos, het ruimer en lichter maken. Daardoor worden bomen tot een groeispurt gedwongen. Toen ik nog houtvester was, kon ik me aan verwilderde stukken bos heel erg ergeren. Nu geniet ik daar des te meer van. De natuur die weer langzaam het normale ritme terug krijgt. Mensen passen heel goed bij het bos, maar niet op plekken waar de productiedruk hoog is. Onze blik is in de loop der tijd verbogen. Een natuurbeheerder die bomen afzaagt, zegt dat hij het bos onderhoudt, maar in feite slacht hij bomen. Een slager doodt dieren en zegt dat hij vlees verkoopt. Dat is veel eerlijker. De productie van hout is legitiem, maar het wordt soms te ver doorgevoerd. In sommige Duitse nationale parken is de kaalslag het grootst onder het mom van ontwikkeling. Ze kappen massaal sparren, terwijl die juist voor schaduw zorgen zodat de beuken langzaam, natuurlijk groeien.

Een opgevoerde productie juist door een soort ecologische correctheid?

Het is goed dat men beter op het milieu past. Er wordt al veel bewuster gegeten bijvoorbeeld. Bij ons in Duitsland koopt men ook weer meer houten meubels, niet uit mode-overwegingen, maar vanwege de duurzaamheid. Houten kasten, tafels en stoelen gaan meerdere generaties mee, eventueel voorzien van een nieuw likje verf.

Uw beide boeken hebben ook entertainmentwaarde.

Je moet oppassen dat de feiten niet door de metaforen, niet door de taal worden opgeslokt. Ik wilde mijn verwondering overbrengen, verwondering die dichtbij huis te vinden is. Bomen bewegen misschien niet zo snel, maar ze zijn fascinerend. Ze zijn tot veel meer in staat dan men over het algemeen denkt. Elke boom is een strateeg op zich. Ze kunnen leren en nemen beslissingen. Je hebt echt moedige en angstige bomen. De een wacht langer dan de ander met uitbotten vanwege een nog te verwachten late vorstperiode. Bomen reageren verschillend doordat ze ervaringen inzetten. Het geheel is een zelfregulerend systeem waar we eigenlijk niet bij in zouden hoeven grijpen. Van duizend kleine zaailingen in een natuurbos worden er misschien drie volwassen, puur door individuele foute beslissingen van de boompjes zelf over periodes van honderden jaren.

Bij leven ziet u dus nauwelijks verandering?

Er wordt door het Duitse ministerie aanbevolen om beuken na maximaal honderdzestig jaar te kappen. Op de plek waar ik boswachter ben, heeft men zich daar altijd tegen verzet. De plaatselijke wetgever heeft dit voor de komende honderden jaren vastgelegd. Ons succes bestaat daaruit dat we verandering juist hebben voorkomen.

Terug