Interview met Koen Hilberdink over Johan Polak

Publicatiedatum: 29-06-2017

Johan Polak (1928 – 1992) was een markant persoon. Naar eigen zeggen met een meervoudige paradijsvloek belast: jood, homoseksueel, foeilelijk en daarnaast ook nog eens zeer vermogend. Zijn overlevingsmechanisme: het creëren van een façade. Polak speelde met verve de classicus, de wat ouwelijke gentleman met een hypochondrische insteek, een fijnbesnaarde biblioseksueel.

Wetenschapper Koen Hilberdink (1957) had als eerste en enige toegang tot het omvangrijke archief van Polak en heeft in J.B.W.P Het leven van Johan Polak mede daardoor de getormenteerde binnenwereld van de mens achter het personage duidelijk aan het licht kunnen brengen.

Beheerder van de ijsberg
Hilberdink: “In 2010 kreeg ik een mailtje van Mark Pieters, toen nog uitgever bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, met de vraag of ik interesse had om de biografie te schrijven van Johan Polak. De mede door Johan opgerichte uitgeverij zou twee jaar later vijftig jaar bestaan. Ik vroeg me af of ik me na twee biografieën van literatoren, Paul Rodenko en Hans Lodeizen, aan deze klus wilde wagen. Ook gezien het korte tijdsbestek. Ik wist dat er een omvangrijk archief was, dat werd beheerd door de Stichting Johan Polak. Zou ik daar vrije toegang tot hebben?”

“Ik had Johan eenmaal gezien op de boekenmarkt op roze zaterdag in Haarlem. Een nette heer met wandelstok tussen de roze tuinbroeken. Je zag toen dat hij ongelooflijk veel mensen kende. Een markant persoon, een ouderwetse mecenas. Ik bewonderde zijn fonds. Maar een boek over hem maken? Wanneer je een biografie schrijft, wil je wel een totaalbeeld krijgen. Je hoeft uiteraard niet alles te gebruiken, maar je moet niet achteraf het gevoel hebben dat er bij jezelf als biograaf lacunes zijn. Jij bent de beheerder van de ijsberg.”

Condenseren
“Daarnaast moet je ook een invalshoek hebben die je werkelijk pakt, waardoor je ook lol in het werk hebt. Ik wil niet uitsluitend feiten noteren. Ik ben geen boekhouder, niet in mijn dagelijkse leven en niet als biograaf. Ik heb het archief meermaals helemaal doorlopen, een aantal aspecten extra bestudeerd en met een groot aantal mensen gesproken. Daarna moet je boven de materie hangen en een portret tekenen dat niet alleen kenners en tijdgenoten aanspreekt, maar dat ook jonge mensen kan boeien. Het is voor mij ook heel belangrijk hoe een nieuwe generatie je onderwerp beleeft, opnieuw interpreteert. Dat was mijn insteek. De verhalen over de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld moeten verteld blijven worden. Wat Johan in die tijd heeft meegemaakt geeft weer een nieuw perspectief”

“Het condenseren van het verhaal, gestut door ‘bewijsmateriaal’, vooral veel brieven, was voor mij de grootste uitdaging, het grootste schrijfplezier ook. De kracht van de beperking. Men vroeg mij wel waarom ik bepaalde mensen wel heb opgevoerd en anderen niet. De lijst met mensen waarmee Johan contact heeft gehad is oneindig, volledigheid is in dat geval ondoenlijk. Het zou bovendien het beeld dat ik wilde schetsen vertroebelen. Wanneer een bekend persoon in het publiek debat iets over Johan had gezegd, dan besteedde ik daar aandacht aan.”

Andere biografieën
“Ik kon mijn boek mooi inbedden in de studies en biografieën over schrijvers en uitgevers die de laatste jaren zijn verschenen. De drie Reve-delen van Nop Maas, de biografie van Geert van Oorschot door Arjen Fortuin en de biografie van Rob van Gennep van Geke van der Wal. Met de laatste biograaf heb ik veel contact gehad tijdens het schrijven van onze projecten. Het gaf de kans om onze boeken op elkaar af te stemmen. Het was ook interessant om te zien hoe de levens en het werk van Lodeizen en Rodenko een rol speelden in dat van Johan Polak.”

“Daarnaast wilde ik de lezer tegemoetkomen, mijn visie op het beschreven leven geven. Er zitten nog genoeg interessante componenten in die in deelstudies uitgewerkt zouden kunnen worden. De briefwisselingen tussen Polak en Reve, of tussen Polak en Yourcenar bijvoorbeeld. En zelfs over Cook Brummer, de bewindvoerder tijdens de Tweede wereldoorlog van de parfum- en geur- en smaakstoffenfabriek Polak & Schwartz, zou een interessant boek te maken zijn, degene die met veel kunst en vliegwerk, met de alcohol die in de fabriek aanwezig was, tientallen Joodse medewerkers heeft gered. Maar dat alles laat ik aan anderen over.”

Compassie
“Wat zou Johan Polak zonder zijn vermogen zijn geweest? Een leraar klassieke talen, behoorlijk excentriek, dat wel. Het geld, de macht heeft geërotiseerd, zorgde ervoor dat hij mensen van verschillende pluimage aantrok. Hij zag zijn miljoenen als speelgeld, in de uitgeefwereld, maar vooral ook in de privésfeer. Dat heeft bij mij soms tot ambivalentie geleid. Er zijn diverse mensen die door Johans optreden getraumatiseerd zijn. Maar de slotsom is, dat ik na het afronden van dit project ook heel veel compassie met Johan heb gekregen. Hij zette bergen geld om in boeken. Nu en? Het is een goed doel, je zou willen dat meer mensen dat deden. Bij wijze van spreken heb ik na afloop nog meer vragen over hem en over zijn omgeving dan toen ik eraan begon. Hoe zat het nu precies met zijn beleving van het Jodendom, met zijn oom Leo? Dat had ik na Lodeizen en Rodenko niet. Dat was heel afgebakend, viel na afloop stil. Het was ook een doel dat ik voor ogen had: dat Johan Polak weer een gespreksonderwerp werd.”

“Ik heb na het verschijnen veel mails met waarderende woorden gehad. Maar er zijn ook een paar mensen die toch wilden benadrukken dat Johan een icoon is geweest voor de Nederlandse literatuur. Terwijl aan het einde van zijn leven hij zelf ook wel wist dat hij niet geheel en al was geslaagd in zijn missie. Dat was zijn levenslange tragiek. Anderen vonden dat ik te weinig aandacht had besteed aan de bedrijfsgeschiedenis. Maar teveel van dergelijke informatie had het boek uit balans gebracht. Ik ben eerst en vooral geïnteresseerd in de psychologie. Iemand anders kan het zakelijk aspect weer als uitgangspunt nemen. Begrotingen, oplagecijfers.”

Paradijsvogels
“Er werd mij ook gevraagd of ik af en toe geen verontwaardiging voelde bij de seksuele wereld van Johan. Eigenlijk geen moment. Het was een tekenend aspect van de persoon Polak. Iets dat ook paste in die tijdsgeest. Ik sprak onlangs Hans Plomp nog. Hij was er heel laconiek over, beslist niet getraumatiseerd. Het is gebeurd, het paste in de tijd van de seksuele revolutie. Hij staat er ook gewoon leuk in.”

“Ik wilde met mijn boek ook een beeld geven van een periode, het is tevens een pleidooi voor de gekte. Je hebt in de literaire wereld paradijsvogels nodig, mensen die onconventioneel zijn, tegen de keer, koste wat kost. Polak heeft het wel mogelijk gemaakt dat die boeken zijn uitgegeven, heeft ons verder gebracht. De uitgeverij en de boekhandel bestaan nog steeds. Uiteindelijk heeft hij ook zijn best gedaan om het allemaal te redderen. Verwachten we soms niet te veel?”

Joods
“Mijn eigen vader overleed toen ik negen jaar oud was. Het einde van het ‘paradijs’. Iets wat ik bij Johan heb herkend. Hij groeide op in een liberaal Joods milieu met aandacht voor muziek, literatuur en de psychoanalyse, een atmosfeer waarin die aparte, beetje gekke jongen volledig kon ademen. De vroege dood van zijn vader in april 1940 en natuurlijk de verschrikkelijke oorlog, waarin hij voor het eerst gebrandmerkt werd als Jood, maakten een einde aan die veilige omgeving.”

“De familie was volledig geassimileerd, maar aan de andere kant toch heel Joods. Er werd in Joodse kring getrouwd. Wanneer je de vrienden- en kennissenkring napluist, blijkt iedereen wel een Joodse achtergrond te hebben. Men was geëmancipeerd, maar daarnaast ook heel erg klassenbewust. Er heerste bij een aantal het idee: wij zijn zo deftig, ons gebeurt niets.”

Schijnwereld
“Waarschijnlijk is toen zijn kopieerzucht ontstaan. De hang naar het verleden. De tijd van het interbellum en het einde van de negentiende eeuw. Een man die eigenlijk honderd jaar te laat was geboren. Een harde schil, een pose als overlevingsmechanisme. Voeg daar nog de erfelijke belasting bij. Het zwakke hart van de meeste mannen van de familie. Ik heb hem natuurlijk niet in therapie gehad, maar je herkent bepaalde patronen, kunt een soort ‘straatdiagnose’ maken. Een verklaring van het fatalisme. Het zelf al invullen van de angsten, een eigen wereld scheppen.”

“Polak was een dermate kleurrijk figuur dat ik duidelijker dan in mijn eerdere biografieën een mening heb verkondigd. Daar vroeg zijn persoonlijkheid om. In dit geval wilde ik de lezer meenemen langs een bepaalde route. De rode draad is de onmogelijkheid om om te kunnen gaan met het rauwe leven, ontstaan door de complexe verhouding met zijn moeder, de vroege dood van zijn vader, de (transport)angsten, het gepiepel in de oorlog. Hij is zestien bij de Bevrijding en had het gevoel dat hij nog maar weinig van het leven kon verwachten. Hij was minder succesvol dan zijn broer. Er restte hem dus naar zijn idee eigenlijk niets anders dan een schijnwereld. Ik veroordeel dat totaal niet, laat het alleen zien.”

Homoseksualiteit
“Johan was heel moedig om in de jaren zestig uit de kast te komen, met een interview in de krant inclusief een foto. Hij heeft veel betekend voor de homo-emancipatie, maar op een of andere manier haalde de tijd hem toch weer in. Hij speelde in het bestuur van het COC te veel de regent in een tijd van aksie. En dan opnieuw een persoonlijke spagaat. Johan beschouwde zijn homoseksualiteit ergens als een ziekte – ging zelfs nog een eindje mee met mensen die dachten dat het met therapie te verhelpen was – maar zorgde tegelijkertijd voor een stuk bevrijding.”

“Johan voelde zich verwant met Couperus, liet graag doorschemeren dat hij ‘ook zo was’, maar aan de andere kant heeft hij ook geprofiteerd van de lossere jaren zestig. Hij was een man die voor veel zaken openstond, een liberale geest, maar dan wel in een ouderwets keurslijf. Een sonnet met een vrije inhoud. Hij bestreed zijn pijn, zijn schuldbewuste dankbaarheid met literatuur. Daarnaast had hij een geweldig complex bestaan, met diverse agenda’s in verschillende werelden. De wereld van de hoogleraren, schrijvers en classici, de wereld van jongens, van de ‘zonen’ en de wereld van de veelal getrouwde mannen voor zijn seksuele fantasieën. Je moet respect hebben voor de manier waarop hij alle ballen in de lucht wist te houden. Hij was niet alleen de façade, maar had daarachter ook een heel bestaan. Dat heb ik nadrukkelijk willen belichten.”

Foto's Johan Polak: Klaas Koppe

Terug