Interview met Nop Maas

Publicatiedatum: 31-07-2017

De oorlogsdagboeken van dichteres Hanny Michaelis (1922 – 2007), opgetekend in vele schoolschriften, blocnotes en op losse vellen, zijn door uitgeverij Van Oorschot opgedeeld in twee lijvige delen van pakweg elk duizend pagina’s. Lenteloos voorjaar Oorlogsdagboek 1940-1941 en De wereld waar ik buiten sta Oorlogsdagboek 1942 – 1945. Dit lijvige monument werd bezorgd, samengesteld en ingeleid door Nop Maas.

Vanuit de verte hunkeren
Maas: “Ik wist wel dat Hanny dagboeken had bijgehouden, maar had geen idee van de inhoud, de hoeveelheid en het belang daarvan. Pas toen Hanny was overleden en ik als executeur testamentair de papieren aan het ordenen was, stuitte ik op al die schriften.”

“In eerste instantie was ik niet zo geïnteresseerd. Ze was haar dagboek begonnen op 27 januari 1939. En dat begin is helemaal niet zo veelbelovend. Veel gedoe over medeleerling Martien Woerdeman van het Amsterdamse Vossiusgymnasium op wie ze op afstand verliefd was. Hij in de eindexamenklas, Hanny zelf in de vierde. Maar achteraf begrijp je dat dat wel tekenend is voor de manier waarop Hanny in het leven stond. Ze is altijd min of meer vanuit de verte blijven hunkeren naar mannen, heeft eigenlijk nooit initiatief genomen en is daar ook het slachtoffer van geworden. ‘Liefde is een dwingende onbestendigheid.’”

Gerard Reve
“Mijn interesse in de dagboeken ging aanvankelijk uit naar de latere periode, in verband met haar contacten met Gerard Reve en mijn biografie over hem. Haar oorlogsdagboek houdt in februari 1945 abrupt op. In september van dat jaar maakte Hanny weer wat aantekeningen, om er snel daarna opnieuw mee op te houden. Er zijn ook nog flarden uit de jaren zeventig. Maar al die stukken zijn vrij fragmentarisch en lang niet zo interessant als het oorlogsdagboek. Er is geen materiaal uit de periode met Reve. Daar had ik anders wel uitgebreid uit geciteerd. Ik krijg weleens de indruk dat Hanny de behoefte had om een dagboek te gaan bijhouden wanneer er een soort wanhopige liefde aan de orde was.”

“Haar gedichten gaan voor een groot gedeelte over verloren liefde. Een ietwat te rigoureuze samenvatting, maar goed. Men denkt vaak dat Hanny’s tweede bundel verband houdt met Reve, maar ze heeft de gedichten geschreven naar aanleiding van de tragische dood van Meik de Swaan. In de jaren vijftig had Hanny een knipperlichtverhouding met hem. Reve wist daarvan. In huize De Swaan kwam een kring van linkse intellectuelen samen. De Swaan is om het leven gekomen bij een vliegtuigongeluk in Manchester. Hanny was weer een geliefde kwijt. Eén gedicht heb ik in haar nalatenschap gevonden waarvan ik overtuigd ben dat het gaat over de periode dat Reve bezig is praktiserend homo te worden.”

Weglatingen
“Toen ik ‘klaar’ was met Reve, ben ik in Hanny’s dagboek gaan lezen, meteen maar bij de stukken van mei 1940. Al snel werd me duidelijk dat het een belangwekkend document is, een monument dat Hanny Michaelis tot het nageslacht zal brengen. Sommige eerdere stukjes heb ik in de inleiding van het eerste deel Lenteloos voorjaar verwerkt om het decor te schetsen. De weglatingen in de uitgave betreffen alleen fragmenten die teveel van de lezer zouden vergen.”

“In de zomer van haar eindexamen bijvoorbeeld waren er tijdens de vakantie tenniswedstrijden van de leerlingen van het Vossius. Daar zijn eindeloze verslagen van, voornamelijk omdat Eldert Willems op wie ze verliefd was ook meedeed. Hanny en haar vriendin Greetje Santcroos waren voortdurend in concurrentie over Eldert; dat komt uitgebreid aan de orde. Je wordt er dus niet veel wijzer van, als dat ook nog eens uitentreuren verteld wordt bij die tenniswedstrijden.”

“Let wel, er is niets weggelaten met in het achterhoofd: dit is beschamend. Het dagboek is verder niet door haar geredigeerd. Het is beslist authentiek, hetgeen het juist zo opmerkelijk maakt. Hanny heeft alleen veel later één zin toegevoegd waarin duidelijk wordt dat op de dag waarop de brief bezorgd wordt van haar ouders uit Westerbork, de twee waarschijnlijk direct na aankomst in Sobibor zijn vergast.”

Dienstmeisjes
“Het oorlogsdagboek is natuurlijk biografisch van belang, maakt de voedingsbodem voor haar gedichten duidelijk, maar heeft daarnaast een grote historische waarde. Dienstmeisjes schreven over het algemeen niet, al zeker niet als ze ondergedoken zaten. Een dagboek kon de onderduikgevers in gevaar brengen. Er zat een behoorlijk verschil tussen rijke en arme Joden. Wanneer je geld had, kon je eventueel het land verlaten of een ‘baantje’ versieren bij de Joodse Raad. Diende je toch onder te duiken dan had je alsnog iets te bieden.”

“De spoeling was door de maatregelen van de bezetters ook erg dun geworden voor Joodse meisjes als Hanny. Ze heeft zonder succes gesolliciteerd bij een Joods ziekenhuis. Maar het aanbod van beter gekwalificeerde hulpkrachten was groot. Uiteindelijk heeft Jacques Presser uitkomst gebracht door haar onder te brengen bij de familie van schrijfster Jeanne van Schaik-Willing. Dat was op zich een heel interessant periode. Ze kwam er literatoren als Van Vriesland en Nijhoff ‘en negligé’ tegen. Ze was in die periode nog legaal werkzaam.”

Joden en calvinisten
“Hanny werd in de oorlog enorm strijdbaar als het ging om de joden. Ze was nauwelijks Joods opgevoed. Ze heeft in haar hele leven waarschijnlijk geen Joodse begrafenis meegemaakt. Ze wilde op de Joodse begraafplaats in Muiderberg begraven worden, ‘bij haar mensen’. Ze heeft me opgegeven welke muziek er bij haar begrafenis gedraaid moest worden. Kennelijk wist ze niet dat muziek tijdens een Joodse begrafenis taboe is.”

“Uit dankbaarheid voor haar redding heeft ze na de oorlog altijd gestemd op kleine christelijke partijen, terwijl ze met het christendom eigenlijk niets had, net zo min als met het orthodoxe Jodendom. Haar ouders gingen niet naar sjoel en vierden de Joodse feestdagen niet. Het waren mensen die liberaal en artistiek geïnteresseerd waren. Juist het feit dat ze wat geloof betreft als een onbeschreven blad de onderduik in ging, maakte het mogelijk dat ze de verschillende geloofsbelevingen kon onderscheiden. Het calvinisme op niveau, de mensen die het voor de vorm deden en de hardcore gelovigen.”

Onderduikgezin
“In de laatste periode van haar onderduik had ze min of meer de neiging om christelijk te worden, als een zeker houvast. Op dat moment kwam dominee Harder in haar leven. Een man met een goed psychologisch inzicht. Hij zei tegen haar dat ze met dat christelijk worden maar moest wachten tot de oorlog voorbij was. Hij liet haar onder het mom van catechisatie een halve dag per week bij zich komen; dan kon ze pianospelen en spraken ze over boeken en schrijvers. Harder was het soort gesprekspartner dat ze node miste.”

“Misschien had ze daarom in de laatste maanden van de oorlog haar dagboek minder nodig. Maar wat ook meegespeeld zal hebben is dat er steeds minder tijd voor was. In het onderduikgezin was een kind geboren, wat betekende dat Hanny zonder zeep de poepluiers schoon moest zien te krijgen. Ook moest ze op voedseltocht, omdat de heer des huizes niet meer buiten kon komen wegens de Arbeitseinsatz. Na de oorlog heeft ze nog wel een tijdje contact gehouden met de Harders, maar dat verwaterde en al snel was ze weer terug bij haar gebruikelijke scepticisme aangaande religie.”

Ongelooflijk goed
“Hanny had een heel goede stijl. Ze schreef ongelooflijk goed, waarschijnlijk ook omdat ze veel gelezen had. Ze schreef dingen die heel volwassen waren. Bijvoorbeeld een observatie als ‘Het is de herinnering die het verleden zijn bekoring geeft, tegen beter weten in.’ Haar dagboekaantekeningen beginnen heel vaak met een Natureingang, een beschrijving van het weer en hoe het er buiten uitziet. Ze zijn allemaal beeldend, poëtisch. En er zijn er geen twee hetzelfde.”

“Wat ze schreef over haar lectuur was heel intelligent. Ze was een uitstekende recensent. De roman Terug naar Ina Damman van Simon Vestdijk las ze gedurende een periode van vijf, zes jaar driemaal en elke keer stelde ze haar visie bij. Een van de basiskenmerken van Hanny was dat ze ongelooflijk kritisch was op alles en iedereen. Hetgeen acceptabel werd gemaakt door haar zelfkritiek. Ze slikte de vernederingen vanwege de haast onmogelijke positie waarin ze zat, wilde de minste zijn. Die zelfkritiek was wel een beetje pathologisch. Dat is mogelijk ook een van de redenen waarom ze zelf niets met het oorlogsdagboek heeft gedaan. Een andere reden is waarschijnlijk dat ze ten koste van alles wilde voorkomen dat ze haar onderduikgevers onaangenaam zou zijn.”

Realistisch beeld
“Dat was de reden waarom ze pas na veel aarzeling bereid was de oorlogsperiode op te nemen in Verst verleden (2002). Dat boek over haar jeugd wilde ze maken omdat dat de gelukkigste periode van haar leven was geweest. Echt gelukkig was ze toen ook niet, maar ze wist toen nog niet wat er later allemaal zou volgen.”

“Hanny geeft in haar dagboek blijk van een scherpe blik op de personen en toestanden die ze tegenkomt; tegelijkertijd was ze niet blind voor haar eigen tekortkomingen. Al met al geeft het dagboek, denk ik, een buitengewoon realistisch beeld van de situatie. Wanneer je ondergedoken zit bij mensen en werkt als dienstmeisje, móet dat wel tot bepaalde conflicten leiden. Het is van alle partijen begrijpelijk. Hanny voelde zich verheven boven het milieu. Het keukenmeisje Prijna bij de familie Van Melle begreep niets van de situatie en was er ook niet blij mee. Hanny kwam zomaar aanwaaien en had duidelijk een betere positie in de hiërarchie dan zij, terwijl zij toch ‘oudere rechten’ had. Piepkleine dingen zorgden voor wrijvingen en maakten het dagelijkse geluk uit of niet.”

Angst
“Bij de Van Schaiks was Hanny nog ‘een dochter des huizes’, maar haar positie werd later behoorlijk krankzinnig: een dienstmeisje dat piano speelde, dat was raar. Dat een buurman in Leiden argwaan kreeg, is niet verwonderlijk. Hanny is meermaals door het oog van de naald gekropen, wat haar pas na de oorlog duidelijk werd. Onderduikgever Van Melle stuurde haar een brief waarin hij vertelde dat er drie keer aangifte tegen hem was gedaan omdat hij een Joodse onderduikster zou hebben. Arrestatie en verhoor waren voorkomen omdat de illegaliteit de aangiftes had onderschept.”

“Je vraagt je dan wel af wie er geklikt heeft. Hanny kwam niet in het dorp en ging niet mee naar de kerk. De angst slaat je om het hart als je je realiseert dat de eerste beste voorbijganger jou de dood in kan jagen.”

Grote klasse
“Je zou kunnen zeggen dat Hanny’s dagboek wat leeftijd betreft de verbindende schakel tussen dat van Anne Frank en dat van Etty Hillesum is. Het dagboek is zeer goed ontvangen. Van diverse mensen kreeg ik de reactie dat ze het beter vinden dan dat van Anne Frank. Een recensent vond het jammer dat er niet een boek van 200 à 300 pagina’s gemaakt is met alleen de beschouwende passages, maar dat zou een behoorlijke verarming zijn.”

“Het slow-food-achtige van het proza maakt ook de kwaliteit ervan uit. Wanneer je dat gaat terugbrengen, gaat er heel veel verloren. Er gebeurt veel hetzelfde, maar elke keer geeft Hanny er toch weer een nieuwe verfrissende draai aan. Haar recensies zijn messcherp. De confrontatie met de NSB-leraar Van Leeuwen is bijzonder knap gedaan. Hanny die in discussie gaat met Jeanne van Schaik-Willing over de Joodse zelfhaat van de schrijfster. De anti-Joodse maatregelen worden en passant gemeld. Ineens mag ze geen boek meer lenen bij de bibliotheek. Wanneer ze een tochtje maken, is er geen enkele plek waar ze koffie kunnen drinken. Dat alles maakt dit egodocument uniek. Ik vind het van grote klasse.”

Schuldig
“Hanny heeft het zelf niet gepubliceerd. Als ze al ooit over publicatie heft nagedacht, zal haar overweging om het niet te doen geweest zijn dat ze niemand wilde kwetsen die haar goed had gedaan. Maar iedereen die in het dagboek voorkomt is er inmiddels niet meer. Een andere reden zou kunnen zijn dat ze het niet van belang vond. Daarover verschillen we dan hevig van mening. Je moet een dergelijk document niet in het Literatuurmuseum in een doos laten liggen.”

“Hanny’s hele verder leven is door de oorlog overschaduwd. Ze kon heel goedlachs zijn, had een luide schaterlach en een fijn gevoel voor ironie. Maar zodra het over haar ouders ging, kwamen de tranen. En dat was toen ze ouder werd steeds vaker het geval. Ze is zich altijd schuldig blijven voelen ten opzichte van haar ouders en vooral haar moeder, omdat ze hen niet genoeg gewaardeerd zou hebben.”

Machteloosheid
“Hanny was al vanaf jongs af aan een zeer zelfstandig denkend mens. Ze wist wat ze wilde. Zonder de oorlog was ze waarschijnlijk Nederlands gaan studeren of journalist geworden. Ze belandde in 1946 in de journalistiek bij Nieuw Suriname, waar ze zo’n beetje alles schreef, van sprookjes tot commentaren. Daarna werkte ze als duizendpoot bij uitgeverij Meulenhoff en bij het Nieuw Israëlitisch Weekblad.”

“In een van haar gedichten beschrijft ze een déjà vu-ervaring, in Een heuveltop onder imposante [pagina 163 VW] Het beschrijft de machteloosheid, het uit je kring geworpen zijn, het schaduwbestaan dat ze leidde. Wanneer de zon even knipoogt, ben je er niet meer. Maar het gedicht geeft ook weer hoe moeilijk het is op iemand anders die situatie over te brengen. Door haar oorlogsdagboek komen we zo dichtbij als mogelijk is.”

Foto Hanny Michaelis met Gerard Reve: Ben Merk (ANEFO) - GaHetNa (Nationaal Archief NL)
Foto van jonge Hanny Michaelis: Uit Lenteloos voorjaar, Uitgeverij Van Oorschot

Terug