Interview met Sherko Fatah

Publicatiedatum: 26-10-2017

Sherko Fatah (1964) emigreerde op elfjarige leeftijd met zijn ouders vanuit de DDR naar West-Duitsland. De botsing tussen de Europese en Arabische werelden speelt een belangrijke rol in zijn veelvuldig bekroonde werk. Zijn personages zijn ontheemd, lijden onder geweld, onbegrip en willekeur, zijn voortdurend op de vlucht.

Ook in zijn meest recente roman, In andermans handen, zijn de twee hoofdpersonages, de Duitse wetenschappelijke avonturier Albert en zijn tolk Osama elk op hun eigen manier slachtoffers van een conflictsituatie. Tijdens een korte stop in een dorp in Irak worden ze ontvoerd door zwaarbewapende jongeren, kinderen haast nog, en na een barre tocht opgesloten in een schapenschuur. Is dit kot in het afgelegen dorp in het zuiden van Irak hun laatste verblijfplaats? Zal Albert een oranje overall aangemeten krijgen om daarna voor de videocamera te worden onthoofd?

Licht-autobiografisch
Fatah: ‘Ik vind het fascinerend om mijn “tweedeling” te gebruiken voor het aankaarten van wereldproblematiek. Het is het inzetten van je eigen beleving voor het grotere verhaal. Al mijn romans zijn derhalve heel licht-autobiografisch. De vader van Albert is een bereisd Stalinist uit de DDR, iemand die zijn levensbeschouwing ten onder heeft zien gaan. Mijn vader, een Koerdische Irakees, ging studeren in de DDR en ontmoette daar zijn Duitse vrouw. Het was logisch dat hij naar Oost-Berlijn vertrok. De verbinding tussen de DDR en Irak was aanvankelijk heel sterk. In ieder geval zo lang als de DDR nog iets van een echte socialistische staat had. Speciaal de Koerden hebben daar hun heil gezocht.’

‘Al jong ben ik heel vaak met mijn ouders naar Irak geweest, heb met eigen ogen kunnen zien dat er veel producten van Oost-Duitse makelij aanwezig waren. Huishoudelijke apparaten, kledingstukken, voedsel, vrachtwagens en autobussen bijvoorbeeld. Later heb ik begrepen dat de Iraakse geheime dienst de kunsten van de Stasi heel goed heeft afgekeken.’

Verhalen
‘Het rotsvast geloof in verschillende ideologieën fascineert mij. Er zijn veel parallellen te ontdekken, veel kritiek- c.q. breekpunten. Ik wil in mijn boeken niet verklaren, niet bekritiseren, alleen juist die parallellen laten zien. Alberts vader had een goede job dankzij zijn overtuiging. Hij had binnen het systeem een vastomlijnd leven, zonder enige twijfel. Maar juist in de rechtlijnigheid schuilt een groot gevaar. Het onderverdelen van de mensheid in steeds kleinere groepen en daar in geloven heeft iets ongekend destructiefs. Dat is het ware kwaad van de mens. Kijk maar eens naar de extremisten in het Midden-Oosten. Nu ja, overal op de wereld. Albert kent “dit geloof” niet, daarom is hij zoekende, reist hij naar probleemgebieden, verzamelt verhalen. Het ontbreekt hem aan “geschiedenis”.’

‘Ik heb het socialisme van mijn jeugd ook zo beleefd. Een systeem van het steeds maar herhalen van dezelfde verhalen, bij familie, op school, in het openbare leven. Je leefde als het ware in de historie. Hetzelfde doen de islamisten tegen het einde van de roman. Ze verkondigen verhalen, nemen bezit van de geschiedenis. En op een bepaalde manier is dat ook de redding van Albert en van Osama. Ze vertellen elkaar verhalen, en ieder apart ook aan hun verschillende ontvoerders. Ik heb de tolk expres Osama genoemd, een kleine provocatie. Die naam heeft door Bin Laden een extra lading gekregen.’

Buitenstaanders
‘Al lang had ik het plan om te schrijven over mensen die niet in overdrachtelijke zin gevangen zitten in een conflict, in een systeem, maar die daadwerkelijk geketend zijn. Zoiets als Kidnapped van Stevenson. Pas toen ik op het idee kwam om de tolk toe te voegen – twee mensen uit volstrekt verschillende werelden die afhankelijk van elkaar worden – kreeg deze roman bijna als vanzelf gestalte. Osama komt uit het zuiden van Irak, de plek waar ze vastgehouden worden. Hij heeft dezelfde achtergrond, dezelfde taal, hetzelfde geloof als de ontvoerders, maar wordt beschouwd als een nog grotere vijand dan Albert, een verrader. Hij is een vreemde in eigen land, loopt meer gevaar. Dat was voor mij de drijvende kracht achter de roman.’

‘Met verschillende achtergronden hoor je eigenlijk nooit helemaal ergens bij. Ik was een Koerd in Oost-Duitsland, een Ossi in West-Duitsland en tegelijk een Arabier, in Irak ben ik een verwesterde Koerd. Maar eigenlijk zijn we allemaal buitenstaanders. Voor de literatuur is het een perfecte positie. Scheidslijnen lopen ook door families, door vriendenkringen. (Denk aan buren van verschillende geloven in voormalig Joegoslavië die elkaar na decennia vredig samengeleefd te hebben ineens de hersenen inslaan.) De beste vriend van Osama heeft carrière gemaakt bij de fanatieke Islamisten. Van de vriendschap is niets meer over. Hij kan Osama eigenlijk niet meer zien als een individu.’

Integratie
‘De immigrantenkinderen in Duitsland, en in heel Europa wel, vormen een nieuwe onderlaag. Als nieuwkomer in rijke gemeenschappen begin je nu eenmaal onderaan de ladder. Dat is overal zo. Het duurt generaties lang voordat men is ingeburgerd. En dat is juist in deze tijd zeer moeilijk te verdragen. Extremisten vinden daar gemakkelijk een voedingsbodem voor hun wervingsacties. Ze geven de kanslozen een identiteit, hoe bedenkelijk die ook is.’

‘Het is bijzonder lastig om mensen uit deze onderlaag te bevrijden. Je zou op het idee kunnen komen dat integratie echt onmogelijk is, maar hoe clichématig dit ook klinkt, het is toch echt een kwestie van tijd. Kijk maar naar de Verenigde Staten, daar heeft niemand het nog over de Ieren en de Italianen. Toch? Integratie zoals de staat dat wil, is onmogelijk. De wereld is kleiner geworden, er zijn te veel dwarsverbanden. Een Turk in West-Europa kan een hele zomer in Turkije doorbrengen. De moderne mens leeft in meerdere werelden tegelijk.’

Reizen
‘Voor mij heeft reizen, het ontdekken, altijd iets literair-romantisch gehad. Het lijden om iets te ervaren. Albert heeft een a-poëtische lust naar avontuur. Het is voor hem een sport, een tijdverdrijf dat hem ditmaal weliswaar duur kan komen te staan. Het is voor dergelijke mensen van toepassing op bijna alle zaken in het leven: liefde, communicatie. Alles is plat. Een kwestie van afvinken. Vreemd genoeg worden dit soort avonturiers als soldaten vereerd. De berg is bedwongen, de selfie is gemaakt, op naar de volgende.’

‘Er is ook iets nieuws: dark tourism. Het reizen naar gevaarlijke staten zoals Noord-Korea, puur voor de kick. Maar wat doen ze daar daadwerkelijk? Hebben ze er eigenlijk iets te zoeken? Wat hebben de westerlingen in het Midden-Oosten te zoeken. Ze komen of als extreem toerist of als hulpverlener. Albert is een idealist, maar zijn idealisme is vermoeid. Hij is post-heroïsch. Hij kan niet meer geloven in de grote bevrijding van de mensheid, zoals zijn vader deed. Dat is tegenwoordig ook erg lastig. Het is bijvoorbeeld ongekend hoeveel verschillende spelers op het toneel bezig zijn in Syrië. Russen, Turken, Amerikanen, Chinezen, de Saudi’s, de Europeanen en dan nog alle lokale vorsten, stammen en zelfbenoemde leiders.’

Cameratechniek
‘Ik heb als een soort tegenwicht, veel sfeer- en natuurbeschrijvingen in deze roman opgenomen. Eigenlijk ook om het personage Albert de schoonheid te laten zien. Het is een dagboek in een dagboek. Bij een ontvoeringszaak zoals deze heb je een zeer sterke spanningsboog. Dat is natuurlijk ook een risico. Vandaar dat ik heel omzichtig te werk ben gegaan. De logische vragen die het verhaal bij de lezer oproept – Worden ze vrijgelaten of komen ze om? – moet je openbreken. Het is eigenlijk helemaal niet belangrijk wat er uiteindelijk met hen gebeurt. Het gaat om de weg die ze afleggen.’

‘Vroeger had men een verteller genomen die bepaalde zaken uit de doeken doet. Ik ben van de cameratechniek. De ene keer zit ik op de schouder van Albert, de andere keer op die van Osama. Die wisselwerking maakt het interessant, geeft vaart en zorgt ervoor dat de verschillende standpunten met elkaar “de strijd aangaan”. De protagonisten weten minder van de situatie dan een held die door een verteller wordt bezongen. Ik blijf altijd heel dichtbij, becommentarieer ze niet. Weet eigenlijk niet veel meer. Het was heel interessant om vanuit deze totaal verschillende perspectieven te werken. Een tikkeltje schizofreen.’

Cultuur
‘Albert en Osama begrijpen elkaar niet altijd, maar doordat ze ieder voor zich van hun leven vertellen, redden ze elkaar, in overdrachtelijke zin. Dat is het hoopvolle. Ze communiceren. Natuurlijk moest ik ook achterdocht in deze bijzondere relatie inbrengen. Angst trekt alles in het extreme. En de twee kenden elkaar natuurlijk nauwelijks, laat staan dat ze hun beider culturen echt doorvoelen. Aan de andere kant kan een zeker wantrouwen ook levensreddend zijn.’

‘Een niet zo grote, maar voor mij zeer belangrijks passage gaat over het misbruiken van de kunst. Oude munten die worden verpatst om wapens van te kopen. Gebouwen die worden vernietigd. Het uitvagen van historie. De Nederlandse titel In andermans handen heeft duidelijk ook die connotatie. Het is het oneigenlijk inzetten van cultureel erfgoed. Ook in Europa is er sprake van het vergeten van de geschiedenis. Een uitwas van het hedendaagse adagium dat alles uit het hier en nu gehaald moet worden, het jezelf tot het uiterste profileren. Maar het versturen van “het eigen fotootje” zal men toch ook wel een keer moe worden. Lezen gewenst, zou ik zeggen. ’

Terug