Wedervaring van Bodo Kirchhoff

Men zegt dat onze oosterburen geen humor hebben – en als je bij toeval weleens op een Duitse tv-komiek stuit, met tenenkrommende flauwiteiten die over de grens als uiterst amusant worden gezien, ben je geneigd om die stelling volmondig te bejahen – maar veralgemeniseren heeft geen zin, is een beetje dommig, en de Frankfurter Bodo Kirchhoff (1948) bewijst met zijn met de Deutscher Buchpreis 2016 bekroonde roman Wedervaring overtuigend het tegendeel.

Kirchhoff geeft hoofdpersoon Joachim Reither, uitgever net in ruste, een licht-ironiserende toon mee. Engelse onderkoelde humor aangaande het boekenvak, een mooi aanstekelijk extraatje in deze roman over vinden en vrijwel direct weer verliezen, over naar elkaar toevluchten. Een beetje fijn schuilen zolang het nog kan. Reither – door een Afrikaanse vluchteling later in het boek heel toepasselijk aangesproken met Rider – is iemand wiens spontaniteit wordt beloond. Al blijft hij in gedachten beren op de weg zien. En is het geluk uiteindelijk tijdelijk. Maar ja, zo tergend is het leven nu eenmaal.

Buurvrouw Leonie Palm, haar hoedenzaak is failliet gegaan, belt op een avond bij hem aan. Ze is lid van een leesclub, zo eentje met gemankeerde schrijvers, en komt eigenlijk om een mening te vragen over haar onder pseudoniem geschreven werkje dat ze bij Reither onder de deur heeft geschoven. Maar ze vraagt het niet direct, speelt een beetje met de zestiger. Ze roken samen een sigaret. Een subtiel beschreven scène, zoals deze roman vol zit met puntgave observaties, niet te weerleggen filosofieën en rake details. In een opwelling besluiten ze om de net aangeschafte tweedehands auto van Leonie, een cabrio, uit te proberen aan een zuidelijk gelegen meer. Het is niet helemaal duidelijk wie het startsein heeft gegeven voor deze trip.

Het feit dat het niet gepland is, geeft – en dat is werkelijk bijzonder ingenieus gedaan door Kirchhoff – het boek ook iets spontaans. Alsof het ad hoc is neergepend, terwijl het beslist goed doordacht, goed gecomponeerd is. Naast de beschrijving van een ontluikende liefde, is het ook een fijne roadnovel. En zoals het nu eenmaal gaat bij escapisme, is er geen einddoel. Op een gegeven moment kun je niet verder rijden, moet je de boot nemen naar Sicilië. (Een geweldige zin, ingenieus in alle eenvoud: ‘Hij stopte vlak voor de trap, daar waar hij met de beste wil van de wereld niet verder kon, of alleen verder kon als hij niet meer verder wilde.) Onderweg komen ze steeds meer vluchtelingen tegen. Ook de actualiteit heeft Kirchhoff heel natuurlijk in zijn roman verwerkt.

(Met aan het einde een roerende scène waarin de Afrikaan, een eenvoudige visser, de helpende hand toesteekt. Reither die eigenlijk een beetje jaloers is op de ongecompliceerdheid van de man, zijn aarding. Wat maken we ons in het westen toch druk.)

Het is een pleidooi voor het boek in het algemeen. Het werkje van Leonie speelt de rol van een boek in een boek. Het Droste-effect. Reither geeft commentaar op zijn eigen zinnen. Sommige beschrijvingen van gevoelens zou hij als uitgever niet hebben toegelaten. Regelmatig zou hij stukken hebben geschrapt uit het manuscript. Maar ondertussen staan ze wel in Wedervaring. Dat is onderhuids grappig en geeft tevens maar weer eens aan hoe een protagonist tot een levensecht figuur kan worden die van invloed is op de beslissingen van de schrijver.

Daarnaast geeft het kilometers vreten ook gelegenheid tot een tripje langs het Laantje der Herinneringen van beide protagonisten. Maar ook op die herinneringen is niets aan te merken. Ze vervullen een belangrijke rol, zorgen daarnaast voor een melancholische noot. Zij heeft op bijna Bijbelse wijze een dochter verloren, hij heeft spijt dat hij samen met een vroegere vrouw voor een abortus heeft gekozen. (Het verklaart gelijk waarom ze op Sicilië een straatkind oppikken en als een pop nieuw aankleden en voeden.)

De vader van Reither was leraar Latijn en heeft zijn zoon al jong bij tochtjes de vervoegingen van diverse werkwoorden geleerd. Hoe subtiel gebruikt de schrijver dit in de tekst. De twee zijn ambulant, hebben nog eenmaal de kans gegrepen om samen door het leven te slenteren. Ook prachtig, tekenend, is de manier waarop Reither de vervoegingen van het werkwoord amare koppelt aan de ontluikende en abrupt eindigende liefde, aan het onvermijdelijke, vergeefse karakter van de operatie, van het bestaan. Dat is schrijven met oog voor detail.

Op een bepaald moment – ze zullen waarschijnlijk een bed delen in een hotel – denkt hij ineens aan amavero, de voltooid toekomende tijd (!). Het zal gebeuren, maar het heeft iets afgeronds. En toch steekt daar ook troost in. Wedervaring – wat Afrikaans is voor ‘ervaring’, in de zin van het ondergaan van een gebeurtenis, is een coup de coeur van de onverwachte liefde, een intens gevoelde bevlieging. Maar het is voor Reither meer dan een gril. Het is iets waar hij zijn hele leven naar gezocht heeft en wat hij uiteindelijk onverwacht toch nog heeft gevonden, al was het maar voor even. Om Gerard Reve maar eens te citeren: ‘Wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen & is eeuwig.’

Je zou kunnen blijven citeren uit deze roman, maar voor eenmaal ga ik niet voor in de dienst. Lees deze totaalroman en neem op de koop toe dat het in een tergend klein lettertje is opgemaakt, korpsgrootte 10,5 of iets dergelijks. Dat bemoeilijkt het lezen onnodig en wekt daarnaast de schijn van liefdeloosheid. Maar goed, deze belangwekkende roman is er tenminste in Nederlandse vertaling. Dat telt.

Nu vooruit, kan het toch niet laten, mooi terloops:

Het kind daarna niet meer willen was een van de fouten in mijn leven, zei hij bij het inhalen, zodat het gezegd was, in elk geval één keer gezegd. […] wat had hij er toen allemaal niet bijgehaald en als denken beschouwd, tot en met het oude verhaal dat ongeboren zijn misschien het grootste geluk was, maar alleen al het woord ‘zijn’ klopte niet, zoals je ook niet dood kunt zijn; geluk en ongeluk beginnen op de dag waarop je je voor het eerst afvraagt of je eigenlijk graag op de wereld bent.

Met elk schrijven dat die naam verdient, betaalt de schrijver een schuld af, en wie daarmee iets bereikt, heeft ook altijd iets beklagenswaardigs.

Terug