Oude meesters van Joost de Vries

‘Here we are, born to be kings’ is één van de motto’s van Oude meesters van Joost de Vries. Het is een citaat uit het nummer ‘Princes of the Universe’ van Queen en is geschreven voor de soundtrack van de jaren ’80 cultfilm Highlander. Het is een veelzeggend motto, want voorbestemd voor iets Groots voelen ze zich, hoofdpersonen Edmund en Sieger, beiden dertigers. De wereld wacht op hen. En het is ook een veelzeggend motto, omdat vanaf het begin duidelijk is dat deze roman doorwrocht is met verwijzingen naar oude én nieuwe kunst, van Hoge Literatuur tot songteksten van André Hazes. Dit wordt geen rechttoe rechtaan verhaal.

Twee levens staan centraal. Dat van Sieger, een onafhankelijke, immer afwezige journalist, die getrouwd is met de mysterieuze kostuummaakster Sarie. Als een bevriende journalist overlijdt besluit hij op eigen houtje te proberen diens mistige geschiedenis te ontrafelen- en stuit daarbij op wat enge Russen én op een schilderij van een oude meester, een vergeten Rembrandt. Het andere verhaal is dat van zijn jongere broer Edmund. Een beetje een zondagskind met een feitenfetisj - per ongeluk heel rijk geworden en nu vooral bezig zich te ontwikkelen tot een soort wandelende Wikipedia. Op zoek naar zijn broer vindt hij diens vrouw en belandt hij bij de opnames van een Game Of Thrones-achtige serie.

Hoewel er de nodige rivaliteit, frustratie en zelfs jaloezie is tussen de broers, hebben ze ook veel overeenkomstig. Vooral hun hang naar het verleden: de tijd waarin Witte Mannen het voor het zeggen hadden, Brittania Ruled The Waves en de krant nog een Meneer was. Beide broers cultiveren eigenlijk hun innerlijke Thierry Baudet. Edmund “weet dat hij te hoogopgeleid is om dat soort dingen te denken” maar verlangt desondanks hevig terug naar een geïdealiseerd koloniaal tijdperk en stelt zich retrospectief de vraag “wie het marmer gaat poetsen als de democratie gearriveerd is”. En Sieger barst tijdens een sollicitatiegesprek waarin alle sollicitanten hun passie voor ‘weggestopte minderheden’ belijden uit: ”Christus, waarom wil er nu niemand toch over meerderheden schrijven? Daar zijn er echt veel meer van.” Beide broers voelen zich Heer en Meester.

Maar een zuivere psychologische roman is Oude meesters niet. Daar is het ook te cerebraal, te afstandelijk en te ironisch voor. Het is wel een spionagetriller. En een satire. Of een mix van dat alles. In ieder geval ook een soort erudiet jongensboek met een hoog Indiana Jones meets James Bond gehalte –inclusief vleugje romantiek. Maar dan weer met een humoristische draai. En daar dan weer een draai aan- dat zal wel iets postmoderns zijn- waardoor je als lezer op den duur niet meer helemaal weet waar je staat. Want hoewel de boodschap is dat de houdbaarheidsdatum van dit soort mannen is verlopen, is het wel degelijk lekker te lezen over het succes en heldendaden van Edmund en Sieger en je te verlustigen aan hun Roem, Geld, Status. Daar zal de auteur ook van genoten hebben bij het schrijven.

Als op zeker moment zelfs de koningin innerlijk verzucht dat ze had gewild dat háár zonen zo zouden zijn als Edmund en Sieger wordt hun heldendom grotesk- en hier slaat de fantasie van de auteur misschien ook iets te hard op hol (Hans Teeuwen?). Maar het is hem vergeven, want Oude meesters is een heerlijk, rijk en gelaagd boek met een spannend goed geconstrueerd plot, waar ook menig leesclub nog heel lang over kan discussiëren, want het zit vol puzzeltjes, verwijzingen en poëticale uitspraken. En hoewel ze het eigenlijk niet verdienen, gun ik Edmund en Sieger tóch een ondubbelzinnig happy end.

Terug