Graybar Hotel van Curtis Dawkins

De schrijver creëert een eigen wereld, maakt gebruik van de zelfbeperking. Een afgebakend decor geeft de kans om de intermenselijke handelingen naar believen uit te vergroten dan wel klein te houden, de emoties fijn achter de woorden te verstoppen. De schrijver als keuzeheer c.q. keuzedame, almachtig, al kunnen personages en scènes behoorlijk dwingend zijn.

Maar wat wanneer je je je privacy helemaal verbeurd hebt, wanneer je in door drank en drugs versluierde tijden iemand hebt vermoord en, we spreken over de Verenigde Staten, tot een levenslange gevangenisstraf bent veroordeeld zonder recht op vervroegde vrijlating, zoals Curtis Dawkins. Dan kun je door de omstandigheden alleen maar heel dicht bij jezelf blijven. De kleinste zaken worden van wezenlijk belang, zoals blijkt uit de roman in verhalen Graybar Hotel.

Dit is therapeutisch schrijven tot het uiterste, maar zonder de intentie van persoonlijk gewin. Dawkins studeerde ooit creatief schrijven aan de universiteiten van Illinois en Western Michigan. Hij heeft zijn kunst aangewend om overeind te blijven, om richting te geven aan een verloren gewaand leven. Ter meerdere eer van zijn vrouw en drie dochters en de rest van zijn familie en vrienden. Het geeft dit boek – hoe vreemd moge dat klinken wanneer je over het hardvochtige gevangenisklimaat hebt in de VS – ontegenzeggelijk een sympathiek kantje. Elke cent van de mogelijke opbrengst van het boek gaat naar een studiefonds voor zijn kinderen.

Het is een uiterst eerlijk boek, al zal de schrijver wel wat namen en scènes hebben verandert om de zware criminelen die hij beschrijft niet tegen het hoofd te stoten. Hoewel getormenteerde mensen vaak juist gecharmeerd zijn van aandacht. De eerlijkheid steekt in de waarachtigheid van de situaties. Je kunt van alles verzinnen, maar het microklimaat dicteert. Het moet natuurlijk wel bij de atmosfeer passen.

Via zijn meer dan levensechte personages, fileert Dawkins zichzelf ongenadig. Plotseling heb je veel te veel tijd en bijna niets omhanden. In het huis van bewaring deelt men met meerdere gedetineerden een cel. Doen alsof je slaapt groeit in die tijd uit tot een ware kunst. Maar toch beseft het personage Dawkins, vanaf nu the inmate, al snel dat communicatie met medegevangenen en met de sporadisch geïnteresseerde bewaker van levensbelang is. Het levert schrijfstof op en zorgt er gelijk voor dat hij zijn eigen mening, zijn eigen verhouding tot de medemens en de handelingen kan toetsen.

Dawkins beschrijft de herschikking van een leven met verve. Alles krijgt een nieuwe betekenis. Zelfs een leugen – over de aard van de misdaad – wordt van belang. ‘Wie bepaalt die betekenis? De leugenaar? Of degene die wordt voorgelogen?’ Het is het geloof in het vertellen van verhalen. De mens wordt vindingrijk. Met heel weinig kan heel veel bereikt worden. Een uurtje naar een zwart-wit televisie kijken, kan voor wat verlichting zorgen. De gedetineerden klampen zich vast aan kleine zaken, in het geval van the inmate de wedstrijden van de Detroit Tigers. De uitslagen zijn van ondergeschikt belang. Het gaat om het spel. Het spel dat houvast en een zekere stabiliteit biedt.

Een kleine ingeving zorgt voor contact met de buitenwereld. De gedetineerden mogen zo nu en dan, wat tijd betreft afgebakende, telefoongesprekken voeren. Zogenaamde collect calls. Je bent alleen verplicht om je naam te noemen, wanneer je belt. The Inmate spreekt in de computer ‘hallo, met mij’ in. Iedereen kent wel een ‘mij’. Mensen willen praten, beseft hij. En hij maakt er mooi gebruik van, probeert langs hun stem heen te luisteren naar hun huis, naar hun leefwereld. Er gaat een prachtige krampachtigheid aangaande het leven vanuit. Paradoxaal genoeg worden de interessantste stukken in Graybar Hotel juist gevormd door de gesprekken met buitenstaanders en het commentaar daarop van medegedetineerden.

Gepensioneerde mannen en weduwen op leeftijd blijken het vaakst een gesprek aan te nemen. Eenzaamheid binnen en buiten de muren. ‘Als je gescheiden bent van de mensen die je kent en liefhebt, wordt elke emotie krachtiger.’ Een behoorlijk cliché, maar gemeenplaatsen zijn niet voor niets gemeenplaatsen geworden. Ze zijn helemaal waar, in dit geval op heel intense wijze. Graybar Hotel is origineel, verre van clichématig aangaande het gevangeniswezen. De personages zijn geen karikaturen, maar echte mensen die, soms door een bizarre samenloop van omstandigheden, in de problemen zijn geraakt.

Tussen de verhalen door weeft Dawkins zijn eigen casus. De bezinning is roerend. Hij ziet in dat hij in die tijd een enorme klootzak was, dat de drank en de drugs zijn leven, zijn denken hadden overgenomen. Het zelfbedrog van de verslaafde. ‘In films ziet drugsgebruik er altijd heel eenvoudig uit. In werkelijkheid vergt het oefening.’ Aan zijn zaak is niets meer te doen, Dawkins zal tot zijn levenseinde in de cel blijven. Sommige gedetineerden dragen het nummer van een dode. Hun voorgangers zijn ‘vrijgelaten middels de dood’. Een gruwelijk eufemisme. Ook in de cel is de taal geconfisqueerd. Het maakt Graybar Hotel tot een ongekend moedig boek, een belangwekkende getuigenis.

Terug