Leestips en voorleestips

Kinderen gaan vanaf deze leeftijd vaak al zelf naar de bieb. De meeste kinderen krijgen plezier in het lezen. Helaas wordt er weinig gepubliceerd over nieuwe kinderboeken. Gelukkig heeft de Bibliotheek alle kennis hierover in huis.

In deze fase wordt lezen vaak gecombineerd met gamen, films kijken en internetten. De bieb leent films en games uit en er is vaak gratis WIFI. Net als met boeken helpt de bieb ouders en kinderen de juiste keuze te maken als ze op zoek zijn naar de perfecte game of film. Zo zijn op deze leeftijd boeken populair die over dezelfde helden gaan als in films of games, zoals Spijt! van Carry Slee (waar ook een film van is). De Bibliotheek is expert op het gebied van mediawijsheid. De experts (mediacoaches) kunnen ouders adviseren over media- en inter- netgebruik. Wat de Bibliotheek ook kan, is een ouderavond verzorgen over Kind en Media.

Wat kun je zelf doen? 

  • Alhoewel kinderen zelf gaan lezen, blijft het aan te raden om nog af en toe voor te lezen. Voorlezen vormt een uitstekende basis om met kinderen te praten over maatschappelijke en sociaal- emotionele onderwerpen. Daarnaast blijft voorlezen belangrijk voor de algemene ontwikkeling van kinderen. Ze maken zich nieuwe informatie eigen en leren verschillende schrijfstijlen en genres kennen.
  • Kies daarom bij het voorlezen voor boeken met thema’s die kinderen van deze leeftijd bezig- houden. Op www.leesplein.nl zijn boeken op thema te vinden. Laat je kind zelf ook voor- leesboeken kiezen en vertellen waarom een bepaald boek leuk lijkt.
  • Praat met je kind over de verhalen die worden voorgelezen. Vraag niet alleen naar de eigen me- ning, maar stel specifieke vragen als: ‘Wat vind je van de manier waarop die jongen dat heeft opgelost? Wie zou jij het liefst willen zijn in het verhaal? Wat ga je van dit verhaal onthouden?’

De Kinderboekenweek wordt elk jaar in oktober gehouden. Tijdens het elf dagen durende evene- ment zijn er in het hele land allerlei activiteiten rond het kinderboek. De Bibliotheek besteedt ieder jaar volop aandacht aan de Kinderboeken- week met allemaal speciale activiteiten. Tijdens de Kinderboekenweek worden de beste kinder- boeken gekozen en bekend gemaakt op het Kinderboekenbal. Het thema voor 2013 is ‘Sport en Spel’ met als motto ‘Klaar voor de start.’

Het kinderboekenweekgeschenk 2013 is Je bent Super... Jan! en is geschreven door Harmen van Straaten. www.kinderboekenweek.nl

In deze fase leren kinderen technisch en begrijpend lezen. Het is belangrijk om naast het voorlezen je kind te stimuleren om zelf te lezen. Deze fase begint met technisch lezen, waarbij een kind natuurlijk eerst het alfabet leert, dan woordjes en tenslotte hele zinnen. Hierna gaat een kind begrijpend lezen en krijgt het door waar teksten over gaan.

Zelf lezen: wat kun je zelf doen?

  • Voer dagelijks gesprekken met je kind. Vertel bijvoorbeeld wat je die dag gedaan hebt en laat je kind vertellen wat hij of zij heeft gedaan.
  • Wanneer je kind een fout maakt, hoef je hier niet veel aandacht aan te geven. Herhaal wat je kind verteld heeft, maar dan op de goede manier. Wees niet bang om moeilijke woorden te gebruiken, maar leg ze wel uit. Dit is erg leerzaam voor je kind.
  • Lees je kind het liefst elke dag voor, bijvoor- beeld voor hij of zij naar bed gaat. Je kunt wat moeilijkere boeken gebruiken. Het is handig om op de moeilijkheidsgraad van het boek te letten, maar het belangrijkste is leesplezier.
  • Geef je kind de kans om zelf te lezen. Zorg voor een rustige plek en genoeg tijd om zelf te kunnen lezen. Praat na over wat je kind heeft gelezen. Geef zelf het goede voorbeeld aan je kind door af en toe een boek te lezen. Kinderen doen hun ouders graag na.

Ken je de AVI-indeling? Die aangeeft welk lees- niveau voor het boek vereist is. Het nieuwe toetssysteem bestaat uit 12 niveaus, die zijn gekoppeld aan de leerjaren in het basis- onderwijs. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld leesniveau halver- wege (M) en aan het eind (E) van de groep. Vraag in jouw bibliotheek naar de juiste AVI boeken voor jouw kind!

  • Groep 3 M3 & E3
  • Groep 4 M4 & E4
  • Groep 5 M5 & E5
  • Groep 6 M6 & E6
  • Groep 7 M7 & E7

Voorlezen helpt de taal- en leesontwik- keling bij kleuters door ze actief mee te laten denken tijdens het voorlezen (dit wordt ook wel ‘interactief voorlezen’ ge- noemd). Tot die conclusie komt onderzoekster Myrna Gosen.

Zij onderzocht voorleessessies in de klas en keek daarbij naar hoe de leerlingen en docenten op elkaar reageerden. Ze ontdekte verschillende patronen, zoals de manier waarop kinderen tot verklaringen en oplossingen komen tijdens het interactief voorlezen. Gosen vond het bijzonder te merken tot hoeveel jonge kinderen in staat zijn: “De kleuters bedenken oplossingen voor wat er precies op plaatjes in prentenboeken gebeurt en ze denken ook verder. Prentenboeken geven op die manier een aanleiding tot inhoudelijke gesprekken.”Het is belangrijk dat de leerkracht interactief voorleest, dus veel vragen stelt en open staat voor alle soorten reacties. Een goede reactie is: “Dat zou kunnen.” Hierdoor gaan kin- deren nog meer bedenken en voortbouwen op elkaars antwoorden.

Gosen stelt dat ouders thuis hun kinderen ook op ontdekkingstocht kunnen laten gaan tijdens het voorlezen. Denk hierbij aan het af en toe on- derbreken van het verhaal om vragen te stellen over problemen waar de hoofdpersoon tegenaan loopt en die door het kind op te laten lossen. Bron: M. Gosen; ‘Tracing learning in interaction’