Voorlezen helpt de taal- en leesontwik- keling bij kleuters door ze actief mee te laten denken tijdens het voorlezen (dit wordt ook wel ‘interactief voorlezen’ ge- noemd). Tot die conclusie komt onderzoekster Myrna Gosen.

Zij onderzocht voorleessessies in de klas en keek daarbij naar hoe de leerlingen en docenten op elkaar reageerden. Ze ontdekte verschillende patronen, zoals de manier waarop kinderen tot verklaringen en oplossingen komen tijdens het interactief voorlezen. Gosen vond het bijzonder te merken tot hoeveel jonge kinderen in staat zijn: “De kleuters bedenken oplossingen voor wat er precies op plaatjes in prentenboeken gebeurt en ze denken ook verder. Prentenboeken geven op die manier een aanleiding tot inhoudelijke gesprekken.”Het is belangrijk dat de leerkracht interactief voorleest, dus veel vragen stelt en open staat voor alle soorten reacties. Een goede reactie is: “Dat zou kunnen.” Hierdoor gaan kin- deren nog meer bedenken en voortbouwen op elkaars antwoorden.

Gosen stelt dat ouders thuis hun kinderen ook op ontdekkingstocht kunnen laten gaan tijdens het voorlezen. Denk hierbij aan het af en toe on- derbreken van het verhaal om vragen te stellen over problemen waar de hoofdpersoon tegenaan loopt en die door het kind op te laten lossen. Bron: M. Gosen; ‘Tracing learning in interaction’