Voorlezen is een van de manieren waarop taal kan worden gebruikt. Taalgebruik is gebaseerd op het vermogen geschreven of gesproken taal te begrijpen of te produceren. Bij lezen gaat het om het begrijpen van geschreven woorden en zinnen.

Niet alle kinderen vinden lezen leuk. Eén op de tien kinderen heeft moeite met lezen. De bieb heeft voor al deze kinderen een leesoplossing op maat. Zodat ze niet alleen beter gaan lezen, maar lezen ook leuk(er) gaan vinden.

In digitale prentenboeken zijn de verhalen tot leven gebracht met bewegende figuren, achtergrondmuziek en een goede vertelstem. Uit onderzoek is bekend dat kinderen bij geanimeerde boeken op die manier wel 5 tot 6 nieuwe woorden in een half uur kunnen leren, terwijl 2 tot 3 woorden op een dag normaal is.

Voorlezen stimuleert de taal- en spraakontwikkeling bij je kindje en verhoogt de concentratie. Zaken waar je baby een leven lang plezier van heeft. En het is ook nog eens hartstikke gezellig!

Kinderen die worden voorgelezen, lezen zelf met meer plezier, zijn beter in taal en scoren hoger op de Cito-eindtoets.

Ieder handboek taaldidactiek besteedt aandacht aan de waarde van voorlezen. Dat belang is overtuigend, want voorlezen:

  • heeft een positieve invloed op de taal- en leesvaardigheid (De Temple e.a., 2003; Mol, 2010; Duursma, 2011);
  • bevordert de leesmotivatie en het plezier in lezen; • stimuleert de sociaal-emotionele, cognitieve en creatieve ontwikkeling (Kwant, 2011);
  • stimuleert de culturele en algemene ontwikkeling (Van de Pol, 2010; Ghonem, 2010);
  • vergroot de kennis van de wereld (Mahwah e.a., 2003);
  • geeft rust en ontspanning;
  • bevordert de concentratie;
  • is samen genieten;
  • is de belangrijkste vorm van boekpromotie.

Structureel en planmatig voorlezen

Gezien het belang van voorlezen is het aan te raden om voorlezen een vaste plaats te geven in het lesrooster. Een planmatige aanpak zorgt er voor dat leerlingen gedurende hun basisschoolperiode met verschillende thema’s, genres en vertelstijlen in aanraking komen. Een handig instrument is een voorleeslogboek, een eigen (digitaal) overzicht waarin je vastlegt met welke boeken je hebt gewerkt. Dit logboek kun je toevoegen aan het schoolleesplan (www.leesplan.nl) waarin het voorlezen van de verschillende groepen op elkaar is afgestemd en waarmee een doorgaande voorleeslijn wordt gecreëerd.

Voorleesvarianten

Voorlezen kan in vele varianten worden aangeboden. Het hele boek: hierbij gaat het om het dagelijks ritueel van voorlezen uit hetzelfde boek. Voordeel is dat kinderen met spanning uitkijken naar het vervolg. Even kort opfrissen wat voorafging, zorgt ervoor dat ze betrokken blijven. De dagelijkse portie wordt bij voorkeur afgerond met een cliffhanger. Een fragment: een weloverwogen fragment uit een boek kan uitstekend dienst doen als smaakmaker die uitnodigt tot verder lezen. Het fragment moet eenvoudig geïntroduceerd kunnen worden om snel in het verhaal thuis te raken. Een afgerond verhaal: dit heeft als voordeel dat het in één keer voorgelezen kan worden. Denk aan sprookjes, maar ook aan verhalenbundels als de Robin-verhalen van Sjoerd Kuyper of aan een verhalenbundel als ‘Beroemde verhalen over schurken & superhelden’ van Tony Bradman. Een gedicht: ook verhalende gedichten en berijmde verhalen zijn boeiend voorleesmateriaal. Kinderen leren de eigenheid van poezie kennen. Gedichten zijn eenvoudig in te passen bij bepaalde thema’s. Een prentenboek: voor jonge kinderen, maar ook voor oudere lezers zijn prentenboeken geschikt voorleesmateriaal. De prenten maken het woord compleet: ze voegen vaak een verrassende interpretatie toe en ze stimuleren de verbeelding. Een informatief boek: zeker voor kinderen in de onderbouw is het voorlezen uit informatieboeken een belangrijke aanvulling op het voorlezen uit verhalenboeken en prentenboeken. Informatieboeken bieden feitelijke kennis van de wereld en passen goed bij de thema’s in de groep.

Interactief voorlezen

Een gebruikelijke manier van voorlezen in de onderbouw met een specifi ek doel is ‘interactief voorlezen’, waarbij voorafgaand, tijdens en na het voorlezen gesproken wordt over het boek. De voorleessituatie levert daarmee behalve een moment van leesplezier ook een gerichte luister- en denkactiviteit op. Met interactief voorlezen kan bewust gewerkt worden aan bijvoorbeeld woordenschat, geletterdheid, literaire competentie en leesbeleving.