Voorlezen op de basisschool

De Nationale Voorleesdagen

De Nationale Voorleesdagen geven de mogelijkheid aan ouders, medewerkers in de kinderopvang en kleuterleerkrachten om het voorlezen tien dagen lang centraal te stellen. De Nationale Voorleesdagen beginnen met het Voorleesontbijt met nationale en lokale bekendheden. Het Prentenboek van het Jaar staat samen met de negen genomineerde prentenboeken centraal tijdens de campagne. Er zijn aantrekkelijke materialen en lessuggesties voor alle instellingen die willen meedoen aan de tien dagen voorleesplezier. Meer informatie: www.nationalevoorleesdagen.nl.

De Nationale Voorleeswedstrijd

In het kader van De Nationale Voorleeswedstrijd zijn het de kinderen van groep 7 en 8 die voorlezen. Zij kiezen zelf hun boek en enthousiasmeren klasgenoten om ook te lezen. Deze wedstrijd wordt sinds 1997 jaarlijks georganiseerd door Stichting Lezen. In 2012 namen meer dan drieduizend basisscholen eraan deel. Aan de landelijke fi nale gaan voorrondes op scholen en in regio’s en provincies vooraf. Een geweldige ervaring voor veel kinderen. Meer informatie: www.denationalevoorleeswedstrijd.nl.

Jaar van het Voorlezen

2013 is uitgeroepen tot Jaar van het Voorlezen. Onder het motto ‘Wij gaan voorlezen’ wordt iedereen gestimuleerd voor te lezen, zodat er meer en langer wordt voorgelezen. Niet alleen aan baby’s en jonge kinderen, maar ook aan tieners en volwassenen. Meer informatie: www.jaarvanhetvoorlezen.nl.

Tip 1: Lees in de onderbouw behalve in de grote groep ook in kleine groepjes voor. Dat geeft je de kans om beter op de reacties van kinderen in te gaan.

Tip 2: Bereid je goed voor op voorlezen. Lees de tekst vooraf goed door, zodat je verdacht bent op lastige woorden, aanpassingen in tempo en stemgebruik, verloop van het verhaal, enzovoort.

Tip 3: Kies ook uit het actuele boekenaanbod. Veel leerkrachten lezen graag voor uit boeken die ze kennen uit hun eigen jeugd. Natuurlijk mogen echte klassiekers niet ontbreken in het voorleesaanbod, maar in het actuele boekenaanbod zijn schitterende voorleesboeken te vinden. Kijk bijvoorbeeld eens op www.leesplein.nl.

Tip 4: Lees niet alleen voor als er tijd over is of als kinderen al moe zijn. Als je van voorlezen een dagelijkse routine maakt, schiet het er niet bij in en kun je met je boekkeuze aansluiten bij een actueel thema in de groep.

Tip 5: Bespreek het voorleeslogboek met collega’s. Ook voor ouders is het leuk om het in te zien tijdens een ouderavond. Ze kunnen er bij het thuis (Test: Mindfulness , BMI berekenen , Moonswings ,  BMI Chart) voorlezen dan op aansluiten. Het kan ook een plek krijgen op de website van de school. 

Tip 6: Zorg ervoor dat de boeken waaruit je voor- leest in de klas aanwezig zijn.

Tip 7: Laat het ‘praten over boeken’ een natuurlijk proces zijn, geen overhoring. Geef kinderen de kans om na te denken over het verhaal en relaties te leggen met hun eigen wereld.

 

Voorlezen is de hele basisschool door belangrijk.

In de onderbouw is dat logisch, zeker als kinderen zelf nog niet kunnen lezen. In groep 1 en 2 behoort voorlezen tot de dagelijkse routines en maakt het deel uit van de thema’s die aan de orde komen. Met voorlezen maken jonge kinderen op een aangename manier kennis met de wereld van het boek. Uit onderzoek blijkt dat voorlezen door leerkrachten van hogere groepen veel minder vanzelfsprekend is. Leerkrachten van de bovenbouw noemen tijdgebrek de belangrijkste reden om niet voor te lezen. Ook denken ze dat kinderen liever zelf lezen. Voor voorlezen in hogere groepen geldt echter dat daarmee een leessfeer wordt gecreëerd die zowel technisch en begrijpend lezen ten goede komt als de leesmotivatie.

Door voor te lezen ontdekken kinderen ook welke boeken en auteurs hun voorkeur hebben. Bovendien kan voorlezen een belangrijk uitgangspunt zijn om te praten over maatschappelijke en sociaal-emotionele onderwerpen en te werken aan burgerschap. Voorlezen is goed in te passen bij andere vakken. Voor alle periodes van de Nederlandse geschiedenis zijn bijvoorbeeld voorleesboeken te vinden op www.entoen.nu.