Voorleestips voor leraren

Tip 1: Lees in de onderbouw behalve in de grote groep ook in kleine groepjes voor. Dat geeft je de kans om beter op de reacties van kinderen in te gaan.

Tip 2: Bereid je goed voor op voorlezen. Lees de tekst vooraf goed door, zodat je verdacht bent op lastige woorden, aanpassingen in tempo en stemgebruik, verloop van het verhaal, enzovoort.

Tip 3: Kies ook uit het actuele boekenaanbod. Veel leerkrachten lezen graag voor uit boeken die ze kennen uit hun eigen jeugd. Natuurlijk mogen echte klassiekers niet ontbreken in het voorleesaanbod, maar in het actuele boekenaanbod zijn schitterende voorleesboeken te vinden. Kijk bijvoorbeeld eens op www.leesplein.nl.

Tip 4: Lees niet alleen voor als er tijd over is of als kinderen al moe zijn. Als je van voorlezen een dagelijkse routine maakt, schiet het er niet bij in en kun je met je boekkeuze aansluiten bij een actueel thema in de groep.

Tip 5: Bespreek het voorleeslogboek met collega’s. Ook voor ouders is het leuk om het in te zien tijdens een ouderavond. Ze kunnen er bij het thuis (Test: Mindfulness , BMI berekenen , Moonswings ,  BMI Chart) voorlezen dan op aansluiten. Het kan ook een plek krijgen op de website van de school. 

Tip 6: Zorg ervoor dat de boeken waaruit je voor- leest in de klas aanwezig zijn.

Tip 7: Laat het ‘praten over boeken’ een natuurlijk proces zijn, geen overhoring. Geef kinderen de kans om na te denken over het verhaal en relaties te leggen met hun eigen wereld.